Bib login
Menu

Aan welke taalfouten ergeren we ons het meest?

Geen paniek, we gaan hier niet de taalpolitie uithangen. In het dictee van De Schrijfwijzen kost een fout misschien een punt, maar in het echte leven kan het iedereen overkomen. Toch zijn er van die taalergernissen die mensen collectief op de kast jagen. Taalonderzoeker Laura van Eerten van het Instituut voor de Nederlandse Taal zocht uit welke dat zijn. Wil je je medemens niet tot wanhoop drijven? Vermijd dan vooral dit.

Stopwoorden

We beginnen bij de gesproken taal. Laat ik het zo zeggen, er zijn zo van die stopwoorden waar de meerderheid zich aan ergert, zeg maar. Zeker, we proberen ze hier te vermijden, maar weten eigenlijk oprecht niet of we daar in slagen. Je kent ze wel: nutteloze vulwoorden die een gesprek nodeloos rekken. Effectiefvergaderen.nl maakte er zelfs een top tien van. Met stip op één: ’Dus ja…’. Dus ja, misschien toch maar beter vermijden.

Verkleinwoordjes


Tegen je kinderen, prima! Maar verder: laat zitten. Verkleinwoorden duiken al jaren op in alle lijstje met taalfrustraties. Meestal worden ze gebruikt om te benadrukken hoe gezellig het wel is. Lekker een wijntje drinken op een terrasje met mijn schatje. Maar overdaad schaadt en voor je het weet lijkt het alsof je opnieuw in de kleuterklas zit. Al zijn verkleinwoorden in sommige situaties ook een handigheidje. ‘Het is maar zoveel eurootjes’. Klinkt zachter voor onze portemonnee. En de dokter heeft het meestal over ‘een spuitje’. Hoeveel pijn kan dat doen? Om nog maar te zwijgen over dat ‘leugentje om bestwil’.

‘Hun hebben’


Als we het hebben over grammatica- of spellingfrustraties scoort ‘hun hebben’ hoog. ‘Hun’ gebruiken als onderwerp in plaats van als bezittelijk voornaamwoord. Taalwetenschappers buigen zich al een tijdje over het fenomeen en voorspellen zelfs dat het op termijn misschien wel ingeburgerd raakt. Taal evolueert nu eenmaal. Wie weet lachen we binnen honderd jaar om die vreemde regel van vroeger: zij hebben honger. Tot die tijd: hou het bij zij of ze in plaats van hun.

‘Die meisje’


Het blijft iets hardnekkigs, maar we houden het kort: het meisje. Punt. In dezelfde categorie vallen ook woorden die grammaticale overkill zijn, zoals enigste. Officieel bestaat dat niet, want enig is al een superlatief. Je kan dus niet méér dan uniek zijn. (Tenzij je Beyoncé heet, maar dat is een ander verhaal.) En dan heb je nog zich beseffen. Klinkt alsof je een diep zelfonderzoek doet, maar eigenlijk kan je gewoon zeggen: ik besef. Zonder zich.

Het Engels overal tussendoor


En dan dat onnodige Engels, een doorn in het oog van velen. Het maakt onze taal wat smeuïger, volgens van Eerten. Het Engels heeft ook veel meer woorden dan onze taal, dus je kan er meer nuance mee leggen, toch voelt het voor taalliefhebbers alsof je het Nederlands in de uitverkoop zet. Verdwijnen zullen die Engels woorden niet meer, maar eentje moet voor velen wel op de schop, namelijk dat irritante ‘kids’. Weg ermee!

De dt-fouten

En dan dé evergreen onder de taalergernissen: de dt-fout. Voor de een een onschuldig slippertje, voor de ander pure heiligschennis. Het blijft een klassiek pijnpunt, eentje dat al generaties lang in spellingtoetsen opduikt. Dus het kon niet ontbreken in ons lijstje, maar verder is daar alles wel al over gezegd, dus gaan we er verder over zwijgen.

Gun je jezelf graag een talige avond? Neem deel aan De Schrijfwijzen op vrijdag 3 oktober. We beperken de taalergernissen tot een minimum, beloofd.