Van slam poet over vlogger tot auteur: deze meertaligen ontdekten bij het leren van het Nederlands telkens een nieuw stukje van zichzelf zonder hun meertalige roots te negeren. ‘Ik ben schrijfster geworden in een door de geografie gekozen taal, een beetje zoals een gearrangeerd huwelijk. Maar ik ben daar heel gelukkig mee.’
Door Rieneke Lammens voor De Morgen
Als afstammeling van het Bantu-volk in het noorden van Angola is Munto opgegroeid met de talen die in die cultuur gesproken worden: Portugees, Kikongo, Lingala, Frans.
“Die talen leerde ik spreken, maar de taal waarin ik als kind leerde schrijven was het Nederlands. Van al mijn thuistalen was dat de enige die ik op school onderwezen kreeg.” Al op jonge leeftijd ging ze daarmee experimenteren, met veel gevulde schriften vol fictie als resultaat.
“Ik heb het Nederlands altijd wel een heel directe taal gevonden. Dus als ik mijn gevoelens neerpende, had ik altijd het gevoel dat iedereen me meteen zou doorzien. Ik voelde me heel naakt daardoor”, zegt ze. Om dat gevoel te ontwijken, zocht ze haar toevlucht in het Engels toen ze op latere leeftijd spoken word en poëzie leerde kennen. “Daarmee creëer je
meer afstand: hoe sterk je een taal ook machtig bent, als het niet je moedertaal is, heeft je brein toch enkele seconden nodig om die woorden te vertalen en tot jou te laten komen. Zo hield ik me meer bezig met hoe ik die woorden het best kon vertalen, en minder met de gevoelens an sich.”
De omkeer kwam toen iemand Munto aansprak met de vraag waar ze juist heen wilde met haar gedicht. “Die opmerking forceerde me om mijn gevoelens wél in het Nederlands neer te schrijven. Nu vind ik die naaktheid eigenlijk erg mooi: het voelt als een bevrijding, alsof ik eindelijk direct en vrijuit aan het spreken ben vanuit mijn gevoel.”
Maravilha Munt: ‘Taal is meer dan de som van woorden. Het is een instrument.’
Hoewel het Nederlands, zeker als leerkracht Nederlands, haar uitvalsbasis blijft, leerde Munto steeds meer te experimenteren met haar meertalige brein. “Mijn gedichten zijn intussen heel verhalend en metaforisch – een rechtstreekse erfenis van het Lingala, dat een sterk spreekwoordelijke, verhalende taal is”, zegt ze. “Waar in het Nederlands directheid overheerst, zit de schoonheid in die talen net in het verhaal, wat nu ook doorsijpelt in
mijn gedichten.”
Tegenwoordig draagt ze ook gedichten voor in drie, vier talen. “Omdat ik vooral optreed op een podium, volg ik een soort melodie, waardoor die talen makkelijk in elkaar overvloeien. Ik praat zo snel dat je eigenlijk niet doorhebt dat ik van taal geswitcht ben”, lacht ze.
Of die gedichten dan altijd duidelijk zijn voor het publiek? “De kern blijft nog altijd in het Nederlands. Maar ik heb ook niet het gevoel dat mensen mij niet kunnen volgen als ik andere, voor hen onbekende, talen gebruik. Het is meer de emotie die ik meedraag die dan wordt vertaald en voelbaar is”, zegt ze.
“Taal is meer dan de som van woorden. Het is een instrument. Je hoeft niet altijd alles te begrijpen om het ook te kunnen voelen. Wie aandachtig genoeg is om te luisteren, zal het gedicht wel begrijpen. Taal brengt ons immers dichter bij elkaar dan we denken.”
De regendruppels van jouw tranen
Neem ik in me op
Als hongerige wortels onder de grond
Je hebt misschien geen vader of moeder
Maar ik zal blijven groeien
Totdat ik jouw stamboom word
Luzingu na nge
kele na maboko ya Nzambi.
Ko kwenda ko.
Kala na mono.
Mono zolele nge.
Ik spreek in jouw moeder-taal
Zodat je voor even jouw moeder
misschien in mij voelt
Mama
Wees mijn wees.
“Goeiemorgen allemaal, vandaag gaan wij op een werkreis samen… En om daar te kunnen geraken, moet ik eerst vanuit Antwerpen naar Herentals gaan… Dus kom maar mee en we gaan ervan genieten.” Net zoals veel anderen gebruikt Duggan zijn TikTok om a day is in his life te delen met de wereld. Doordat hij de open klinkers wat opener uitspreekt, richting de aa-klank, klinkt hij als een geboren en getogen Antwerpenaar.
Toch is niets minder waar: drie jaar geleden woonde de Amerikaan nog in Chicago, intussen post hij in vloeiend Nederlands video’s over zijn leven in Antwerpen. “Voordat ik naar België verhuisde voor mijn masterstudie, had
ik niet veel Nederlands gehoord. Ik heb me een beetje voorbereid door Undercover te kijken op Netflix, maar dat was zowat mijn enige exposure aan de Nederlandse taal”, zegt hij.
De keuze voor België en het Nederlands was een gevolg van een interesse om in een Europees land waar hij nog nooit was geweest te gaan studeren, en de wens om een nieuwe Germaanse taal leren. “Zodra ik begon te studeren, schreef ik me in voor lessen Nederlands, en maandenlang ging ik driewekelijks naar language meetups om het zo goed mogelijk onder de
knie te krijgen.”
Nederlandse grammatica, woordenschat, muziek en media passeerden allemaal de revue, tot hij op de muren van zijn taalverwervingsproces botste. “Als je een bepaald taalniveau bereikt, wordt het minder spannend. Ik had iets nodig om geprikkeld te worden, om goesting te blijven hebben om de taal te leren.” Daar zocht hij een creatieve uitlaatklep voor, die hij vond in het maken van TikTok-video’s. “Eerst legde ik mijn ‘ontdekkingstocht van koffiekoeken’ vast, nu deel ik mijn leven in het algemeen, zoals de reizen die ik maak.”
Jack Duggan: ‘Mijn tiktoks zijn een bewijs van de progressie die ik maak.’
Die video’s tellen als ‘bewijs’ van de progressie die hij maakte in de taal, zegt hij. “Spontaan Nederlands praten in die video’s, zonder een curated versie voor te bereiden, heeft me echt geholpen om de taal te beheersen. Als je video’s van jezelf op het internet plaatst in een taal die niet je moedertaal is, hoor je gemakkelijker je fouten. Dat helpt om ze te verbeteren.”
De video’s zijn ook een manier om duidelijk te maken dat hij het Nederlands wilde inoefenen. “Velen schakelen automatisch over naar het Engels, omdat ze denken dat ze me helpen, maar dat ontneemt oefenkansen. Door te vloggen, geef ik ook mijn grens aan: ‘Hé, ik wil in het Nederlands praten’”, zegt hij. “En het was natuurlijk ook een manier om bezig te blijven met de taal. Doordat ik mijn interesses zo kan verweven met mijn Nederlandse taalbeheersingsreis, verveel ik me niet op die reis.”
Nederlands is voor hem niet langer een taal waarin hij louter koffiekoeken bestelt. “Het is voor mij een levendige, ademende taal, waarmee ik mijn emoties makkelijker kan uiten. Ik beschouw die filmpjes als een soort output van kunst, en dat dat in mijn lievelingstaal is, geeft dat een geweldig goed gevoel.”
Het Nederlands is lange tijd onbekend terrein gebleven voor Feticu, die op haar 32ste de oversteek maakte van Roemenië naar Nederland. De ontdekking van het Nederlands was voor haar toen een ontdekking van een vrije, veilige taal. “Ik kom uit een land waar taal niet vrij was. Het was een instrument van propaganda, van communisme. Het was een dubbelzinnige
taal, waarop je niet kon vertrouwen”, zegt ze.
“Toen ik het Nederlands leerde kennen, besefte ik dat ik wél mag vertrouwen dat als je ‘koffer’ zegt, je simpelweg ‘koffer’ bedoelt, en dat het niet geïnterpreteerd zou kunnen worden als jij die het land wil ontvluchten uit onenigheid met het Roemeense regime.” Het leidde ertoe dat Feticu de taal meteen omarmde en wilde aanleren uit een wanhoop en koppigheid.
De Bulgaarse filosoof Tzvetan Todorov schreef ooit: ‘Als je ouder bent dan 28, moet je niet meer migreren, want je zal dan een nieuwe taal nooit onder de knie krijgen.’ Maar Feticu was koppiger dan Todorov. “Ik bedacht me: ik ben 32. Ik geef mezelf toch een kans.”
Vijf jaar later lag haar debuut, Lief kind van mij, in de boekhandel, wat voor haar een scharniermoment was. “Na vijf jaar in een vreemd land voel je: ik moet kiezen. Ofwel blijf ik, ofwel ga ik terug. Ik besloot te blijven. Het boek gaf me het gevoel dat ik een kind had met de taal.” Zo evolueerde haar relatie met het Nederlands van een ‘flirt’ naar een ‘gearrangeerd huwelijk’: “Ik ben schrijfster geworden in een door de geografie gekozen taal, een beetje zoals een gearrangeerd huwelijk. Maar ik ben daar heel gelukkig mee.”
Mira Feticu: ‘Plots besefte ik dat ik deze taal wél mag vertrouwen.’
In haar boek Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal omschrijft ze het zo: “Het ontwijken van het lot is de vervulling ervan, en zo is dat bij mij met de Nederlandse taal gelopen. Ik heb mijn lot in de Roemeense taal achtergelaten, en zo werd een andere taal machtig worden de vervulling van mijn lot.”
Net zoals het Nederlands aanleren een proces was, was schrijven in die taal dat ook. “In het begin wilde ik een Roemeense werkelijkheid laten zien met Nederlandse woorden, maar dat werkte niet goed, omdat het nu eenmaal twee andere werkelijkheden zijn”, zegt ze. Tegenwoordig schrijft ze vanuit de Nederlandse werkelijkheid, al merkt ze dat haar Roemeense roots door haar teksten blijven sijpelen. “Ik schrijf heel beeldend, wat een erfenis van mijn moedertaal is.”
Dat proces is zo bijzonder, zegt ze, dat ze in haar recentste boek Gewone Hollandse jongens zelf woorden gecreëerd heeft. “Niet omdat ik dat wilde, maar omdat het gebeurde. Dat vond ik heel bijzonder.” Boeken in haar moedertaal leest ze nog sporadisch, maar haar ‘nieuwe’ taal, het Nederlands, is al heel lang geleden haar ‘eerste’ taal geworden, benadrukt ze. Al stopt het leren nooit: “Ik ben een lezer, schrijver, en een leerling. Mijn hele leven lang zal ik de taal blijven leren, oefenen, om ze eigen te maken. Het is een proces voor het leven.”
Op vrijdag 25 september nemen nieuwkomers en moedertaalsprekers deel aan het taalspel ‘Taaltornado’ in het Stadhuis van Antwerpen, waar ze samen door de Nederlandse taal razen.
Creatief Schrijven vzw faciliteert TaalTornado als organisator van De Schrijfwijzen, met de steun van Stad Antwerpen en Nationale Loterij, in samenwerking met CVO Encora, CVO Antwerpen, LBC, Vitant, Centrum voor Basiseducatie Ligo en Atlas.
Beeld: CVO Encora