De Morgen is de inhoudelijke mediapartner van De Schrijfwijzen 2025. In aanloop naar 3 oktober lees je hier de bijdragen van journalisten van De Morgen rond het thema 'taal'.
Hoe het Nederlands nu klinkt, hebben we te danken aan een West-Vlaamse monnik, tante Sidonia en het Kinderen voor Kinderen-koor. Miet Ooms schetst in een nieuw boek de verrassende geschiedenis van onze taal. ‘Wat is het belangrijkste: je identiteit of verstaanbaar zijn?’
Dit artikel is geschreven door Bram Van Renterghem. Oorspronkelijk gepubliceerd op 28 mei 2025 in De Morgen.
Toen haar uitgever vroeg om een geschiedenis van de Nederlandse taal te schrijven, zei ze: “Nee, slecht idee.” Daar waren net twee boeken over verschenen, van auteurs nog wel die er veel meer van afweten. “Wat zou ik daar in amper zeven maanden tijd nog aan kunnen toevoegen?”, zegt taalexpert Miet Ooms, wanneer we haar ontmoeten in haar thuishaven Herk-de-Stad.
Dat er eind deze maand toch een 448 pagina’s tellende pil in de boekhandel ligt, heeft te maken met de overtuigingskracht van de uitgever en de aparte aanpak. Geen focus op de taal zelf, maar op de wisselwerking met de samenleving, geschreven voor een breed publiek. Aan de hand van sleutelmomenten vertelt Ooms hoe de wereld er toen uitzag en wat dit betekende voor de Nederlandse taal. Of omgekeerd.
Over Miet Ooms
“Het hoofdstuk over Suske en Wiske illustreert dat goed, een van mijn lievelingsverhalen. Op het eerste plaatje van De nerveuze Nerviërs (1964) zegt tante Sidonie: ‘Vanaf nu spreken wij beschaafd Nederlands en daarom wil ik voortaan Sidonia heten’”, zegt Ooms.
“Die keuze voor het Algemeen Beschaafd Nederlands was commercieel ingegeven – de tot dan toe sterk Antwerps gekleurde strips moesten zo niet nog eens vertaald worden voor publicatie in de Nederlandse kranten.
“Maar het zegt ook iets over de tijdgeest. We zaten toen volop in de ABN-campagnes. Auteur Willy Vandersteen voelde aan dat: als heel Vlaanderen beschaafd wilde spreken, moesten Suske en Wiske dat ook doen.”
Even terug naar het begin, naar het oudste zinnetje in het Nederlands. Op school leerde ik dat dit ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hi anda thu’ is. Maar dat is een hardnekkige taalmythe, schrijft u.
“Het oudste zinnetje dat we vandaag kennen, is vier eeuwen ouder en luidt ‘Maltho, thi âfrîo, lito’: ik maak je vrij, laat. Door die specifieke woorden uit te spreken, kon een heer zijn boer, die de grond niet zomaar mocht verlaten en dus ‘laat’ of halfvrij was, toch vrij maken. Het zinnetje staat in de Salische wet, samengesteld door koning Clovis en is de oudste bekende zin in het Oudnederlands.”
Een pak minder herkenbaar wel dan ‘Hebban olla vogala’.
“In 400 jaar tijd evolueert een taal heel sterk.”
En minder poëtisch.
“‘Hebban olla vogala’ wordt wel het oudste literaire zinnetje in het Nederlands genoemd. Hoewel...”
Zelfs dat blijkt niet helemaal te kloppen.
“Het is een hybride zinnetje: een mix van Oudkents, Engels dus, en Oudnederlands. Het is wellicht geschreven door een West-Vlaamse monnik die in Kent verbleef en iets in zijn moedertaal wilde schrijven, met invloeden van het Kents. Of omgekeerd.
“De mensen toen stonden daar niet bij stil. Volkstalen waren onderling nog niet tegenover elkaar afgebakend. Voor hen was dat ‘niet-Latijn’.”
Schrijvers van die volkstaal waren ook erg gegeerd aan het hof, schrijft u.
“Lezen of schrijven kon de adel doorgaans niet, maar ze waren wel dol op de ridderverhalen. Dus lieten ze zich, net als de rijke burgerij, voorlezen uit handschriften die ze voor hun bibliotheek hadden laten overschrijven of vertalen naar het Diets, ‘de taal van het volk’. Wat we later het Middelnederlands zijn gaan noemen.”
Ik had altijd begrepen dat de voertaal onder de elite Frans was, ook in Vlaanderen.
“Dat kwam pas in de 19de eeuw. Ervoor spraken ze verschillende talen, waaronder het Diets. Ook sommige Bourgondische hertogen spraken het.”
Nog zo’n mythe is dat de Statenbijbel, de eerste officiële Nederlandstalige Bijbel-vertaling uit 1635, de start van het Standaardnederlands was.
“Het was het eerste boek dat in heel protestants Nederland gelezen moest kunnen worden. Voor een stuk zorgde dat voor uniformisering. Alleen: het gebruikte Nederlands was op moment van publicatie al zó verouderd dat het toen al kunstmatig aanvoelde.
“Zo werd nog het verkleinwoord -ke gebruikt: kindeke, beddeke. Terwijl de elite in de Hollandse steden al volop de verkleinwoorden -je en -tje gebruikte. De samenstellers deden er dan nog eens een klad gekunstelde grammatica bovenop.
“Ze wilden een prestigieus Nederlands, dat zich kon meten met de klassieke talen. Daarom kozen ze een systeem met naamvallen en mannelijke en vrouwelijke woorden. Maar ook dat was in de Hollandse steden al aan het verdwijnen. Daardoor was het niet de taal die in kranten en al zeker niet in de spreektaal gebruikt werd.”
Waarom schreven ze niet in het nieuwste Nederlands?
“De samenstellers vonden dat nieuwe taalgebruik van die Hollandse stedelijke elite wellicht te hip voor hun bijbel. Maar dat dialect was wel op weg was om Standaardnederlands te worden.”
Ook eerder waren al pogingen ondernomen om het Nederlands mooier te maken, schrijft u. Door de rederijkers bijvoorbeeld, voordrachtkunstenaars uit de 15de en 16de eeuw.
“Zij hebben de woordenschat verrijkt en literairder gemaakt. Zij wilden duidelijk maken dat het Nederlands ook een mooie, rijke, prestigieuze taal was, waar we mooie, rijke, prestigieuze dingen in kunnen maken.
“Het Frans, Italiaans en Engels stonden daar al verder in en ze dachten: dat kunnen wij ook. Eerst ontleenden ze woorden uit het Frans. Maar na een tijdje draaiden ze dat om en klonk het dat ze die minderwaardig versie van het Latijn niet nodig hadden. (lacht) Nu, veel van die woorden hebben het niet overleefd omdat ze ook weer veel te kunstmatig waren.”
In welke zin is de ene taal eigenlijk prestigieuzer dan de ander?
“Een taal is prestigieus als je ze niet alleen in de gewone omgang, maar ook in de administratie, het gerecht, de literatuur, de wetenschappen enzovoort kunt gebruiken. Daar was een uitbreiding van de woordenschat voor nodig.
“Die woordenschat moet ook nog eens bovenlokaal zijn. Dus in een correcte versie, met een eenduidige spelling. Voor alle duidelijkheid: het Nederlands was een heel prestigieuze taal. Toen de Verenigde Republiek op haar hoogtepunt was en een wereldmacht vormde, zat het Nederlands overal.”
Toch is het geen wereldtaal geworden.
“Omdat het een republiek van handelaars was. Ze waren geïnteresseerd in opbrengst, veel minder in het koloniseren van een land of het vestigen van een bestuur. Iets wat de Fransen, Spanjaarden, Portugezen en Engelsen wel deden.”
Wel is het Nederlands steeds eenvormiger geworden. Wat zorgde voor die verdere standaardisering?
“Taalcontact was belangrijk. Doordat we elkaar tegenkwamen, moesten we elkaar wel begrijpen. Maar wat echt voor een versnelling heeft gezorgd is de 19de-eeuwse natievorming. Waarbij het belangrijk werd bevonden dat het volk dezelfde ‘beschaafde’ taal spreekt en goed beheerst. De taal werd officieel gemaakt voor het gerecht, de administratie en het onderwijs, dat verplicht werd.”
In Vlaanderen was dat niet altijd het Nederlands.
“Neen, dat is een paar keer gewisseld met het Frans. (lacht) Maar het lager onderwijs was wel altijd in het Nederlands. Verder is de radio héél belangrijk geweest, toch zeker voor de gesproken standaardtaal. Televisie heeft dat nog eens versterkt.”

Bijzonder grappig is de passage over het kinderkoor van Kinderen voor Kinderen en hun ‘Gooise R’. Toen ze voor het eerst daajdooj in plaats van ‘daardoor’ zongen, ergerde Nederland zich rot aan het ‘bekakte accent’ van die rijkeluiskinderen uit het Gooi, de streek rond mediastad Hilversum. Nu spreekt half Nederland zo. Is er een Vlaams equivalent?
“Ja en neen. Je zou kunnen zeggen dat het Brabantse accent aanvaard wordt, waarbij tweeklanken zoals ui en ij typisch als een eenklank worden uitgesproken. Maar ik zou niet durven te zeggen dat dit zich echt al heeft verspreid.
“Er is dan ook een groot verschil met Nederland. Daar accepteert ongeveer iedereen dat de Randstad de motor is van het Standaardnederlands. Waardoor het accent dat in die ‘modelregio’ gesproken wordt, ook elders ingang vindt.
“In Vlaanderen heb je dat niet. Als ik zou zeggen dat het Antwerps de motor is van de Vlaamse standaardtaal, zouden de inwoners van West-Vlaanderen en Limburg zich daar echt tegen verzetten.”
Zijn er zaken waar u zich aan ergert?
“Aan mensen die snel spreken. Soms zeg ik hardop tegen mijn radio: ‘Rustig, je hoeft niet zo te rennen. (lacht) Laat mij dit als luisteraar even rustig verwerken.’ Daarnaast vind ik dat microfoonmedewerkers zoals Sven de Leijer of Wim Lybaert de plicht hebben om op hun uitspraak te letten. Er mág ruimte zijn voor regionale accenten. Maar het moet verstaanbaar blijven.
“Ik erger mij ook aan de è van Niels Destadsbader. Hij kan die klank correct uitspreken, maar doet het niet meer. Om duidelijk te maken dat hij van Deerlijk komt. Maar het stoort sommige luisteraars. En wat is dan het belangrijkste: je identiteit? Of rekening houden met je luisteraars?”
Ook iemand als Gert Verhulst, die zo’n mooi Nederlands kan, gebruikt nu soms tussentaal.
“In zijn realityshow, ja. In gesprekken met kijkers of luisteraars snap ik dat nog. Maar alsjeblieft niet als je aan het presenteren bent.”
Het Standaardnederlands wordt niet meer gebruikt in fictie omdat het onnatuurlijk en gekunsteld zou overkomen. Maar is dat geen cirkelredenering? Als je het in informele settings nooit hoort, blijft het vanzelfsprekend iets vreemds.
“Dat klopt niet, het is in Vlaanderen nooit vloeiend en natuurlijk geweest. In de eerste seizoenen van Flikken werd Standaardnederlands gesproken. Daar is men uiteindelijk van afgestapt, omdat het gewrongen klonk. Standaardtaal leer je ook niet zelf te spreken door naar televisie te luisteren, maar door in contact te komen met elkaar. Omdat je het nodig hebt.”
Hoe ziet u het Nederlands verder evolueren in Vlaanderen?
“Ik denk dat de huidige ruimte voor regionale accenten op televisie zal blijven. Ik ga trouwens niet akkoord met de mensen die zeggen dat de standaardisering in Vlaanderen mislukt is. Het is wél gelukt.
“Als je een interview met een wielrenner uit de jaren 60 of 70 bekijkt, dat is niet te begrijpen. Zet daar eens Sven Nys of Wout van Aert naast: die drukken zich in heel vlot en begrijpelijk Nederlands uit. En dat geldt voor de meeste mensen jonger dan 60.”
Zullen Nederlanders en Vlamingen elkaar blijven verstaan?
“We groeien uit elkaar en dat ligt vooral aan Nederland, met hun blaaif baai maai-Poldernederlands en hun Gooise R. Maar als we elkaar willen verstaan, lukt dat best.
“Kijk maar naar al die Vlaams-Nederlandse samenwerkingen. Reeksen zoals Undercover, Arcadia en Knokke Off. Of de duetten tussen Pommelien Thijs en Meau, Maksim en Hanna Mae. Nog belangrijker zijn de podcasts. Daar zijn er heel wat van gemengd. Als het daar kan, denk ik dat we elkaar blijven verstaan.”
U schrijft ook over jongerentaal. Nogal wat van die woorden, zoals besties, slay, demure en delulu komen uit het Engels. Ook de oudere jeugd gebruikt volop random, shizzle, struggelen, shinen en joinen – zodanig zelfs dat ik soms niet op het Nederlandse equivalent kan komen. Is het Engels een bedreiging voor onze taal?
“Ik denk zelden in termen van bedreiging. Taal zal altijd blijven evolueren en die woorden zullen gewoon in het Nederlands gaan zitten, net zoals we ooit ook veel Franse woorden hebben overgenomen. Daar zie ik het probleem niet.
“Als ik toch een bedreiging zie, dan dat het Engels in het hoger onderwijs in de plaats van het Nederlands komt. Als dat gebeurt, lijdt het Nederlands domeinverlies.
“Dan wordt het Nederlands in zekere zin weer een huis-tuin-en-keukentaal, in de plaats van een standaardtaal die overal en altijd gebruikt kan worden. Dan lopen we nieuwe Nederlandstalige vaktermen mis, breidt de woordenschat niet verder uit en schiet het Nederlands tekort.”
Dat ziet u nu al gebeuren?
“Toch wel. Aan de KU Leuven, waar ik nog vrijwillig wetenschappelijk medewerker ben, schrijven en verdedigen doctoraatstudenten hun proefschriften vaak in het Engels – ook al zijn de promovendus, het onderwerp, de jury en het publiek Nederlandstalig. Als je dan aan zo’n promovendus vraagt om diens onderzoek in het Nederlands uit te leggen, zie je die daarmee worstelen, omdat die dat helemaal niet gewoon is.
“Ik zeg niet dat het Nederlands daardoor gaat verdwijnen, maar de taal verliest wel aan status. En dat vind ik een veel groter probleem dan de Engelse jongerentaal.”